Beleidsplan

Stichting Protestants Steunfonds

Beleidsplan 2016-2020

De Stichting Protestants Steunfonds is de rechtstreekse rechtsopvolger van het OGK, het Oranje-Groene Kruis. Reeds omstreeks 1900 werd door het OGK gezondheidszorg verstrekt in de sociaal zwakke wijken. Door de jaren heen leidde dit tot de oprichting van een reeks van poliklinieken, het opzetten van wijkverpleging, de inrichting van een bemiddelingsbureau voor gezinshulp voor zieken en bejaarden, dagopvang voor bleekneusjes later uitgegroeid tot een kraaminrichting en nog veel meer.

Na de invoering van de AWBZ in 1980 werden in een aantal jaren steeds meer activiteiten van het OGK onder de werkingssfeer van de AWBZ geplaatst en veranderde het karakter van het OGK steeds meer van een uitvoerend orgaan naar een steunverlenend orgaan.

In 1974 is het OGK omgevormd tot de Stichting Protestants Steunfonds ‘s-Gravenhage en nog weer later tot alleen de Stichting Protestants Steunfonds.

De statuten zijn met enige regelmaat aangepast aan de op dat moment meest gewenste vorm. Zo heeft de laatste up-date van de statuten plaatsgevonden op 8 augustus 2003 waarbij vooral artikel 2: Het doel van de Stichting, ruimer is omschreven en wel als volgt:

Artikel 2: Doel van de Stichting.

De stichting heeft ten doel vanuit de protestants christelijke visie de maatschappelijke en geestelijke gezondheidszorg in de meest ruime zin wereldwijd te ondersteunen en te ontwikkelen.

Door de Belastingdienst is de stichting aangemerkt als zogenaamde ANBI stichting, Algemeen Nut Beogende Instelling. De laatste formele bevestiging daarvan is per brief d.d. 20 september 2007 waarin de ANBI status met ingang van 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd is verstrekt en als zodanig geregistreerd onder fiscaalnummer 04149841. Desgevraagd is aan de Belastingdienst per 19 september 2009 aanvullende informatie gevraagd. Deze opgave heeft niet geleid to wijziging van de ANBI status.

Algemene uitgangspunten van het beleid

  1. Het steunfonds is een blijvende instelling. Dit betekent dat de jaarlijkse uitgaven in beginsel de jaarlijkse inkomsten niet mogen overtreffen, tenzij anders is vastgesteld in de jaarlijkse begroting.
  2. Het steunfonds kiest er voor om niet actief fondsen te werven maar haar werkzaamheden te verrichten vanuit het beheerde stamkapitaal. Het aanvaarden van nalatenschappen en andere giften geschiedt op basis van de bepalingen zoals opgenomen in de statuten.
  3. Het steunfonds streeft een zekere balans na in de verstrekking van giften aan projecten of doelen binnen Nederland en daarbuiten.
  4. Het steunfonds besluit in haar vergaderingen over de besteding van de middelen. Aan dit besluit ligt een advies ten grondslag van een Commissie Steunverlening. De werkwijze van deze commissie is in een afzonderlijk document vastgelegd.
  5. Het steunfonds zal periodiek, maar zeker één maal per 5 jaar, het beleid toetsen aan de dan geldende denkbeelden daarover.

Besteding van de middelen.

Bij de te verlenen hulp kan onderscheid gemaakt worden in:

  1. Project hulp;
  2. Structurele hulp;
  3. Exploitatiekosten;
  4. Oprichting c.q. in stand houdingskosten.

Project hulp is de meest voorkomende hulp die door het Steunfonds wordt verstrekt. Op basis van ingediende stukken wordt conform de procedure een advies voorbereid voor het bestuur en vindt vervolgens besluitvorming plaats.

Structurele hulp wordt in principe niet verstrekt. Uitzondering hierop vormt een nadrukkelijk genomen bestuursbesluit waarbij in zijn uitwerking toch gedurende meerdere jaren achtereen aan dezelfde instelling of voor hetzelfde doel geld beschikbaar wordt gesteld. Als voorbeeld kan worden genoemd onze jaarlijkse bijdrage aan het lichtjesproject van de Stichting Vrienden van het Sophia.

Aanvragen voor het afdekken van exploitatiekosten komen in principe niet in aanmerking voor een bijdrage. Alleen indien sprake is van een tijdelijk tekort met uitzicht op een gezonde financiële situatie zou hulp overwogen kunnen worden.

Oprichting c.q. in stand houdingskosten betreffen het financieren van de aanschaf van duurzame productiemiddelen waardoor instellingen beter zijn toegerust op de uitvoering van hun werk naar de toekomst. Als voorbeelden hiervoor gelden de financiering van de aanleg van waterputten, sanitaire ruimtes, bouwkosten, aanschaf van transportmiddelen e.d.

Controle.

De toegezegde giften worden altijd vastgelegd in de notulen van de vergadering waarin deze besluiten zijn genomen. Deze notulen worden in de eerstvolgende vergadering goedgekeurd en vastgesteld. De besluitvorming vindt zoals steeds met volledige instemming van alle bestuursleden plaats. Het besluit tot het geven van een gift wordt vervolgens schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld. Daarbij wordt zo mogelijk een rapportage gevraagd van de besteding van de middelen. Het staat het bestuur ten allen tijde vrij om zelf het initiatief te nemen tot nadere controle van de verstrekte giften.

Jaarlijks te besteden bedrag.

Zoals vastgelegd in het eerste beleidsuitgangspunt is het steunfonds een blijvende instelling. Dit betekent dat in beginsel een stamkapitaal in stand moet worden gehouden. Het bestuur kiest voor een stamkapitaal van tenminste 2 miljoen euro.

De opbrengsten die door het gerealiseerde rendement op het belegde vermogen worden gegenereerd vormen daarmede de grens van het giften budget. Wel kan het steunbeleid worden aangepast bij belangrijke wijzigingen van de rendementen alsmede van de waarderingen als de continuïteit van het steunfonds in het geding is.

Het bestuur zal jaarlijks in de eerste vergadering van het betreffende kalenderjaar bekijken wat voor bedrag aan giften in dat jaar uitgekeerd kan worden. Dit bedrag zal – indien nodig- lopende het kalenderjaar worden bijgesteld.

Het beleid van het steunfonds is er op gericht om binnen de doelstelling van het fonds hulp te verlenen. Onder- besteding of over- besteding van het budget is daarbij geen uitgangspunt. Wel is het beleid er op gericht om zo mogelijk een min of meer gelijke verdeling van giften te bereiken tussen de “dicht bij noden” in Nederland en de aanvragen die ons bereiken voor projecten buiten Nederland.

Uitgangspunt blijft daarbij de protestants christelijke grondslag die het fonds de juiste richting moet geven in het uitvoeren van haar taak.

Randvoorwaarden van de beleggingen.

Het vermogen van de stichting dient op een risico mijdende wijze te worden belegd. De beleggingen dienen gericht te zijn op te verkrijgen rendement en op de continuïteit van het vermogen.

Den Haag, 27 juni 2016